Oorsprong van de Braziliaanse flora en fauna

De oorsprong van de unieke flora en fauna van Brazilië ligt in de prehistorie. Wie een blik op de wereldkaart werpt, ziet al snel dat Zuid-Amerika en Afrika perfect in elkaar passen. Werelddelen bewegen zeer langzaam over het aardoppervlak. In de loop van miljoenen jaren worden grote afstanden afgelegd. In de Krijtperiode raakte Zuid-Amerika los van de oude wereld stond het in verbinding met Antarctica en Australië.
Enkele miljoenen jaren nadat Zuid-Amerika gescheiden raakte van Afrika verschilden de diersoorten in Zuid-Amerika, Antarctica en Australië van de diersoorten in Europa, Afrika, Noord-Amerika en Azië als een gevolg van evolutie. Het meest opvallende voorbeeld zijn de buideldieren die zowel in Zuid-Amerika en Australië voorkomen. Antarctica verschoof verder zuidwaarts en raakte bedekt onder een dikke laag ijs.
Drie miljoen jaar geleden ontstond er een landbrug tussen Noord-Amerika en Zuid-Amerika. Veel buideldieren stierven toen uit omdat ze niet konden concurreren met de zoogdieren uit Noord-Amerika, maar andere soorten konden zich goed handhaven. De Zuid-Amerikaanse oppossum, een soort buidelrat, kon zich zo goed handhaven dat ze tegenwoordig tot in Canada te vinden zijn.
Zuid-Amerika telt nog steeds vele soorten planten en dieren die erg verschillen van de soorten die elders op de wereld voorkomen. Typisch Zuid-Amerikaans zijn de luiaards, de gordeldieren and de kolibri’s. Terwijl Apen zowel in de Oude als in de Nieuwe wereld voorkomen, behoren de apen uit Zuid-Amerika tot andere families als de apen uit Afrika en Azië. Terwijl knaagdieren wereldwijd voorkomen, komen cavia-achtige knaagdieren als de Capivara alleen in Zuid-Amerika voor.
IJstijd
Wetenschappers denken dat de laatste ijstijd ook een grote rol heeft gespeeld in de ontwikkeling van wonderbaarlijke hoge biodiversiteit van Zuid-Amerika. Een ijstijd is een lange periode waarin de aarde een lage temperatuur heeft. De laatste ijstijd had plaats tussen de 18,000 en 14,000 jaar geleden.
Terwijl grote delen van Europa en Noord-Amerika bedekt waren met ijs, was Zuid-Amerika grotendeels bedekt met Cerrado en Caatinga vegetatie. Het regenwoud met zijn gigantische bomen kon alleen overleven in kleine, vochtige gebieden, zogenaamde refugias. Omdat deze gebieden van elkaar gescheiden waren, verliep de evolutie van de plant- en diersoorten in deze refugias ook gescheiden. Aan het einde van de ijstijd warmde de aarde weer op en kon het regenwoud zich uitbreiden. Zo kwamen soorten uit de verschillende refugia elkaar tegen. Men neemt aan dat de hoge biodiversiteit van het Amazonegebied een gevolg is van deze vermenging.
Zie ook:
|
|






