Samba
In 1928 stichtten Ismael Silva, Bide, Armando Marçal, Nilton Bastos en anderen de eerste escola de samba (sambaschool) onder de naam Deixa Falar (‘laat ze maar praten’). Een sambaschool is een grote groep van honderden zoniet duizenden dansers die –opgesteld in lijnen- door de straten paraderen. De dansers zijn verkleed volgens een bepaald thema, vaak uit de geschiedenis van Brazilië. De naam “school” was een ironische verwijzing naar het schoolgebouw tegenover het gebouw waar Deixa Falar bijeenkwam. In die tijd onderdrukte de regering uitingen van Afro-Braziliaanse cultuur en probeerde de politie te voorkomen dat blocos (groepen die Carnaval vieren) het centrum van Rio de Janeiro betraden. Uit protest hield Deixa Falar juist een parade in de wijk Estácio de Sá. Deixa Falar bestond slechts kort maar stond model voor de grote hoeveelheid aan sambascholen die Rio momenteel kent. Met de opkomst van de sambascholen werd het genre Samba aangepast om beter bij de carnavalsoptochten te passen.
In de jaren ’30 zorgde de radio voor de snelle verspreiding van Samba door Brazilië. Omdat de regering besefde dat de opkomst van de sambascholen niet meer was te remmen, omarmde zij hen juist. De nationalistische dictator Getúlio Vargas noemde de Samba zelfs de “officiële muziek” van Brazilië. Inmiddels heeft iedere wijk in Rio een eigen sambaschool die onderling sterk concurreren om tijdens het Carnaval te worden uitgeroepen tot de beste sambaschool van het jaar. De sambascholen zijn daarnaast een belangrijk sociaal instituut die de gemeenschap versterken en vrijwilligerswerk organiseren.
In de daaropvolgende jaren ontwikkelde de samba zich in verschillende richtingen en vermengde zich met verschillende stijlen. Zo zijn er de grote drumorchesten met carnaval, de rustige samba canção , de door de samba beïnvloedde samba-rock en de op jazz geënte Bossa Nova. Maar de pure Samba blijft de meest populaire muziekstijl van Brazilië.
|
|






